De verhalen van de donorkinderen

De een weet al van jongs af aan dat hij of zij een donorkind was, de ander kwam daar later ‘per ongeluk’ achter. De een wil graag weten wie zijn of haar donor is, de ander interesseert het niet. Sommigen hebben hem al gevonden; anderen niet. Dit zijn de verhalen van de donorkinderen die wij hebben gesproken voor de documentaire Vader Onbekend.

Joyce

Toen haar biologieleraar vertelde dat je de kleur in je ogen meekrijgt van je ouders, besefte Joyce dat er iets niet klopte. Haar ogen matchen niet met die van hen. Ze ging op onderzoek uit en ontdekte dat ze donorkind was van een donor die naar verwachting
zo’n 200 keer heeft gedoneerd. Inmiddels heeft ze al bijna 40 van deze halfbroers- en zussen gevonden en heeft ze haar donor ontmoet.

Joelle

Al van jongs af aan was Joelle bezig met de vraag: wie is mijn vader? Omdat ze twee moeders heeft, wist ze namelijk al vroeg dat ze een donorkind was. Haar ouders hebben gekozen voor een bekende donor wat inhoudt dat ze haar vader op haar 16e kan ontmoeten. De eerste ontmoeting staat gepland, maar tot nu toe moet ze het nog doen met een paar A4’tjes aan informatie over hem…

Maartje

Haar moeder zag een grote gelijkenis met Emi, een meisje dat in de krant stond omdat ze donorkind was. ‘Het zou wel eens je zus kunnen zijn’, zei ze. Maartje zocht Emi op en ze deden een DNA-test. En ja hoor: Maartje vond op 25-jarige leeftijd haar halfzus. En hoewel ze eigenlijk nooit een vader gemist heeft, is ze nu ook wel benieuwd naar haar donor. Wie weet vindt ze die ook ooit nog…

Emi

Internationale DNA-testen doen, navraag doen bij klinieken en stichtingen en zelfs almanakken van universiteiten digitaliseren en uitpluizen: Emi doet er alles aan om haar donor te vinden. Natuurlijk weet ze dat het een grote gok is en dat als ze hem eenmaal zou vinden, er een kans is dat hij haar niet wil leren kennen. Maar dat houdt haar niet tegen. Zij wil meer dan ooit na het vinden van haar  halfzus nu ook haar donor vinden.

Mara

Ooms, neven en vrienden van haar moeder: ze had genoeg mannen in haar leven. Op zoek naar haar vader was ze dus niet. Toch zet haar hypermobiliteitssyndroom – wat een erfelijke ziekte is – haar aan het denken. Dat heeft haar moeder niet, dus het komt van haar vader. Moet ze dan toch op zoek? Ze heeft wel eens met het idee gespeeld, maar nu is het antwoord nog nee.